Terug naar het hoofdmenu
Interview oorsponkelijk verschenen op http://www.degoeieouwetijd.nl/8109_interview.htm

 

Ome Piet (Jong)

Interview van de Maand / September 1981

‘De trip naar Zuid Afrika is me het meest bijgebleven uit de periode bij Ajax’
Piet van der Kuil haalt herinneringen op uit de roemruchte jaren’50 van Ajax

Ajax Logo (vroeger)

 

Onze generatie, wij zijn eigenlijk oorlogskinderen, je had niet veel. Voetballen was het enige wat belangrijk was voor je in die tijd. Toen ik nog een jongetje was hadden mijn vader en moeder het enorm zwaar met alles in die oorlog. Ik was helemaal gek van voetballen en dan ging ik naar een slagerij waar ik varkensblazen haalde. Ik had me opgegeven bij VSV en van de terreinknecht kreeg ik dan een leren bal, maar daar zat geen binnenbal in. Daar stopte je dan zo’n varkensblaas in en dan kon je voetballen. Op straat of op pleintjes speelden we met straten tegen elkaar, bijvoorbeeld de Ratelstraat tegen een andere straat in de buurt. Dat was altijd een hele strijd. En elke dag dan ging dat maar door. Maar ja, je had ook die oorlog, en die bombardementen. Wij woonden in IJmuiden, je had daar de snelbootbasis van de Duitsers. En op bepaalde momenten werden die gebombardeerd en als je dan aan het voetballen was dan moest je weer snel naar binnen. En dat ging zo door totdat in 1945 de oorlog afgelopen was. Toen ging het voetballen weer door want in de oorlog was de competitie stilgelegd. Ik begon pas te voetballen voor een club toen ik tien jaar oud was, maar eigenlijk mocht dat pas op je twaalfde. Maar ze zagen wat in mij en toen mocht ik me opgeven. In 1947-48 werd ik uitgekozen, inmiddels was ik toen 14, en ik kwam bij het eerste elftal terecht. Na een paar wedstrijden werd ik gekozen in het Nederlands Jeugdelftal van 14-16 jaar. Ik kwam in een echte stroomversnelling.

Zaten daar ook namen bij die later bekend werden?

Ja, wie waren dat ook al weer? Hans Boskamp, Arend van der Wel, maar geen internationals, alleen Hans Boskamp die is regelmatig ingevallen. Het Nederlands Jeugdelftal van 16-18 jaar, dat sloeg ik over, daar heb ik maar 1 wedstrijd in gespeeld. Want ik kwam op 18-jarige leeftijd al in het Nederlands Elftal, ik was de jongste debutant. Dat was in 1950. In 1952 ben ik nog met het Nederlands Elftal naar Helsinki geweest, naar de Olympische Spelen. Dat was toen nog voor amateurs, met Piet Kraak, Jan van Roessel, Rinus Terlouw.

Ome Piet Goal

'Toen we een keer met VSV tegen Ajax moesten spelen in De Meer kwam Jack Reynolds naar me toe en die vroeg of ik bij Ajax wilde komen'

Ome Piet Koppen

'Mijn favoriet was Gé van Dijk, en het leuke is dat ik nog samen met hem gevoetbald heb in Ajax'

Om aan de Olympische Spelen mee te mogen doen, dat was nogal een belevenis.

Dat was erg leuk, Jaap van der Leck was toen bondscoach en Karel Kauffmann was begeleider met Vermeulen, die Groninger. De eerste wedstrijd moesten we tegen Brazilië, en die verloren we met 5-1. Jan van Roessel was toen de spits, Piet Kraak was de doelman, die kwam ook hier vandaan. Ja, ik heb nog een bronzen plak van die Spelen. Hongarije werd toen Olympisch Kampioen en later ook nog wereldkampioen. En ook nog een heleboel foto’s, die kreeg je van de krant. Toen begon mijn interlandcarrière al, in 1952, en toen was er nog geen betaald voetbal. Wij speelden ook in 1953 een vriendschappelijke wedstrijd tegen Denemarken voor de slachtoffers van de Watersnoodramp. Dat was een andere wedstrijd dan die van de Nederlandse profs die in het buitenland voetbalden tegen Frankrijk speelden. Pas in 1954 ontstond er profvoetbal in Nederland en toen was Ajax geïnteresseerd in mij. En toen ben ik dus naar Ajax gegaan.

Maar hoe ging dat dan in die tijd?

Toen we een keer met VSV tegen Ajax moesten spelen in De Meer kwam Jack Reynolds naar me toe en die vroeg of ik bij Ajax wilde komen. Ik zei dat dat goed was en toen zijn de clubs bij elkaar gekomen. Zij zijn toen tot een overeenkomst gekomen over de transfersom, dat was FL 17.000,00. Dat was een hoop geld voor toen. Maar ik ging naar Ajax, want ja, je was gek van Ajax. Ajax was toen al eigenlijk de topper.

In die tijd werd er volop op straat gevoetbald, want er was nog weinig televisie. Wat waren Uw favoriete spelers?

Er was helemaal nog geen televisie. Mijn favoriet was Gé van Dijk, en het leuke is dat ik nog samen met hem gevoetbald heb in Ajax. Gé van Dijk was een international, en als jongetje ging ik kijken naar interlands, speciaal voor Gé van Dijk. Guus Dräger en Gé van Dijk waren goede, technische voetballers en daar hield ik van.

Merkte U dat het bij Ajax “professioneler” was?

In 1954 waren het allemaal semi-profs, iedereen had er nog een baan bij. Je verdiende natuurlijk wat met het voetballen. Maar ik ging nog bij een modezaak , van Van Praag, halve dagen helpen. En daarna ging je trainen. Totdat in 1955 de club vier spelers uit de selectie full-time in dienst kon nemen. Het ging heel geleidelijk, je trainde maar drie keer in de week. Je verdiende maar fl 15,- per training en toen zeiden wij: “kunnen we dan niet meer trainen?” Want in Limburg daar deden ze meer, en toen moesten wij ook weer omhoog. Steeds ging het hoger, ook met die transfers. Ik heb 5 jaar bij Ajax gespeeld en toen ging ik voor FL 175.000,00 naar PSV. Ik heb toen in Son en Breugel gewoond. Je had toch wel veel vrije tijd, dus toen ben ik op het bedrijf van Philips naar school gegaan. We hebben het er niet slecht gehad. We verdienden goed, naar maatstaven van destijds.

Toen U bij Ajax kwam, hoe werd daar tegen aan gekeken? Het was toen nog niet zo dat Ajax 10 spelers kocht.

Ik was de eerste die Ajax toen kocht, maar twee jaar later kwamen Henk Groot en Cees Groot van Stormvogels. Die werden ook voor een appel en een ei gekocht. Maar het ging niet zo moeilijk om je erbij te spelen. Natuurlijk had je goede voetballers, maar je ging meer trainen en dan werd je voetballend ook beter. Dat ging wel richting professionalisme, Ajax was daar wel voorstander van. Het was bij Ajax ook op de Engelse leest geschoeid, veel Engelse trainers hadden ze ook.

Uw debuut bij Ajax was in 1955, NOAD tegen Ajax 2-1. Kunt U zich daar nog iets van herinneren?

Dat was in Breda, onder Karl Humenberger. Karl was een trainer die goed met mensen om kon gaan. Hij was een Oostenrijkse trainer die nog in het “Wunderteam” had gespeeld in de jaren dertig. Hij kon ook goed met de mentaliteit van de Amsterdammers overweg. Die zijn toch wat vrijer, brutaler. Maar van de wedstrijd kan ik me niks meer herinneren.

U heeft tegen ploegen gespeeld die nu niet meer bestaan: NOAD, Roda Sport, HTC uit Amersfoort, Fortuna ’54.

Aan dat ’54 van Fortuna kan je zien wanneer ze zijn opgericht. Ene Joosten zat in het bestuur van de bond van het profvoetbal. Je had toen clubs als Alkmaar en HBS uit Den Haag. Die speelden op dat moment nog illegaal. In 1954 kwam Joosten, de voorzitter van de profs, samen met Brunt van de KNVB. De KNVB stelde dat als je naar het profvoetbal zou gaan, dat je dan niet meer in het Nederlands Elftal zou kunnen spelen. Eigenlijk een boycot. En dat is toen nog op zijn pootjes terecht gekomen. Al toen ik 17 was trok ik de aandacht van Tottenham Hotspur, daar kon ik toen al naar toe. Tottenham was toen een van de betere clubs van Engeland. Het was groter dan Manchester United. Bij de Spurs speelden toen Billy Nicholson en Alf Ramsey, die later bondscoach is geworden. Ook kon ik als prof naar Italië of naar Frankrijk. Maar ik zat nog op de Ambachtschool en toen kreeg ik een aanbieding van Internazionale uit Milaan. Die werd afgewimpeld door mijn ouders, want ik zat nog op school. Een paar weken later kwamen er mensen van Racing Club de Paris of ik daar wilde komen voetballen. Want ik had daar met het Nederlands UEFA Jeugdelftal gespeeld en er waren een paar spelers opgevallen waaronder ikzelf. Ik kwam van school met mijn tennisballetje, liep achterom en daar zaten toen die mensen. Mijn vader en moeder mochten 2 maanden mee en dan konden ze zien hoe ik daar ondergebracht werd. Ik kon er goed verdienen, maar mijn vader wilde dat ik mijn studie afmaakte. Nog later, toen ik in het Nederlands Elftal speelde, kwam Faas Wilkes bij me en die zei dat ik mee moest gaan naar Stade Rennes, daar kon ik nog beter verdienen. We konden ook met zijn tweeën terecht bij Betis Sevilla en Español. Maar dat ging niet door want Ajax vroeg veel te veel geld. Ik kon gaan samen met Faas, maar dan moest de transfersom 150.000 Gulden worden. Wij naar Spanje en een training meegedaan. Dat ging goed en ze hadden interesse in mij. In Faas nog niet, want die was al wat ouder. Maar dat ging ook door dus wilden wij bellen naar Ajax om te vertellen naar wie het geld moest worden overgemaakt. Kregen we een telegram waarin stond dat het bod niet acceptabel was en dat het 450.000 gulden moest zijn. Terwijl ik dus een goed salaris kon krijgen en nog tekengeld ook, daar kon ik goed mee uit. Maar toen toonden Feyenoord en PSV interesse en toen heb ik voor PSV gekozen. Bij Feyenoord kon ik een broodjeszaak beginnen, maar bij PSV werd ik full-prof. Voor het huis van mijn schoonmoeder was altijd een markt en van een van de marktkooplui kreeg ik een bedankbriefje voor mijn ouders omdat ze me niet naar het buitenland hadden laten gaan. Ze vonden dat ik bij Ajax moest blijven. Toen ging ik naar PSV. Maar ik was nog erg jong. En Ajax vroeg echt een heel hoge prijs voor me, wel 20 keer het bedrag waarvoor ze me gekocht hadden. Bikkelhard waren ze in de onderhandelingen.

Tekening

Ajax!

Ajax' eerste Europa Cup-wedstrijd werd gespeeld in Oost-Duitsland tegen Wismut

Europa Cup

Ajax op weg naar Budapest voor het Europa Cup-treffen met Vasas

Toen U bij Ajax begon speelde Ajax zonder echt publiekslievelingen. Later dat jaar, in 1956 kwam Sjaak Swart erbij.

Sjaak trainde gewoon met ons mee, maar speelde toen nog meestal in het tweede elftal. Later kwam hij in het eerste. Ik speelde daar rechtsbuiten, maar ik kon ook goed binnen spelen of als half. Sjaak speelde in het tweede altijd als rechtsbuiten. Toen Sjaak erbij kwam werd ik rechtsbinnen en Sjaak rechtsbuiten. Dat was geen probleem, dat ging heel gemakkelijk.

In het eerste jaar dat U bij Ajax speelde werd Sparta kampioen, maar in het tweede jaar werd U wel kampioen ‘56-‘57, in de wedstrijd tegen Amsterdam 1–5.

Ik miste geloof ik een penalty in die wedstrijd, die ging via de paal in de handen van de keeper. Maar later scoorde ik nog. Ik was toen de vaste strafschoppennemer, eerst al bij VSV en later ook bij PSV.

Toen kwam het kampioenschap van 1957. Iedereen die ik erover heb gehoord zegt steeds: ze wonnen steeds met 1–0. Er waren mensen die vonden dat het sober spel was.

Dat valt wel mee, we wonnen regelmatig met 1–0, maar je ziet het: van Amsterdam wonnen we met 5–1. Maar als je een keer of 2 of 3 met 1–0 wint dan gaat dat al gauw een eigen leven leiden. Voor Ajax-begrippen was het natuurlijk onder de maat. Ze verwachtten dat je met 4–1 of met 5–1 elke wedstrijd won, maar dat gaat natuurlijk niet. Maar we wonnen wel! En als je de lijsten er op nakijkt dan staan er nog niet zoveel 1–0 uitslagen op. En 64 doelpunten in 34 wedstrijden is toch niet erg weinig. Maar je wint het kampioenschap en ze moeten het toch een naam geven. De Meer zat toch altijd vol als wij speelden, Nederland was toen al een voetbalminded land. Dat kun je nog op de foto’s zien. De mensen kwamen altijd kijken. Maar bij uitwedstrijden waren er veel minder mensen mee, er gingen wel wat supporters mee, maar dat is nu anders. Je had wel een vaste kern wat er mee ging, wat ze nu de F-Side noemen.

U heeft ook een aantal internationale wedstrijden gespeeld, zoals tegen Fortuna Düsseldorf, Wuppertaler SV en First Vienna.

Ja, je moest toch oefenen. En dan maakte het niet uit of je tegen Wuppertal speelde of tegen Wenen. Nu doen ze dat toch ook nog tegen kleinere clubs. Vaak werden we uitgenodigd. Een bijzondere trip was die naar Zuid-Afrika waarvoor we ruim drie weken van huis waren. Alles hebben we ginds bekeken. Aan het einde van de trip naar Zuid-Afrika was er een scheidsrechter die de wedstrijd staakte, hij keurde een paar goals goed terwijl het ruim buitenspel was. Toen zeiden we dat we gerust konden gaan want dat was zo niks. Je had toen nog geen internationale scheidsrechters. Dus toen kwam er wat rottigheid. We zouden worden geschorst, en toen was een schorsing van 10 wedstrijden maar heel normaal. Maar ik geloof niet dat ze dat toen hebben doorgezet. Ik heb er in elk geval niks van gemerkt. Misschien moet je Wim Anderiesen maar eens vragen of hij zich dat nog kan herinneren.

Met het kampioenschap van ’57 kwamen ook de Europa Cup-wedstrijden.

Dat was de eerste keer voor Ajax, dat Europa Cup-voetbal. Je kon in ieder geval zeggen dat je in ging spelen tegen de kampioen van Oost-Duitsland. Supporters gingen er niet mee, want het is achter het IJzeren Gordijn. We wonnen daar toen met 3–1, en ik maakte twee goals waaronder de eerste goal voor Ajax in de Europa Cup. Maar ik weet alleen nog maar dat ik goed speelde, van de wedstrijd weet ik niks meer. Het was ook maar een extraatje, dat Europa Cup-voetbal. Het was ook pas het derde seizoen, Real Madrid had de eerste twee keer de Cup gewonnen. Dat kwam nog niet op tv, want die was er toen nog niet. Onze tweede ronde was Vasas, eerst thuis met een 2–2 gelijkspel, maar uit verloren we met 4–0. Toen lagen we eruit. Het Europese avontuur was over. Die Hongaren hadden toen een heel sterk elftal met Puskas. Hongarije won toen zelfs uit bij Engeland, ze speelden heel sterk toen. Maar die wedstrijden waren wel heel belangrijk voor Ajax, want het was een stapje hoger dan de Nederlandse competitie. Dus ging je zelf ook beter spelen. We kregen ook nog een extra premie voor het spelen in de Europa Cup. Het zal niet zoveel geweest zijn, maar het gaf wel aan dat erover nagedacht was. De premies werden opgeschroefd, dus als je won kreeg je meer. Zo’n wedstrijd tegen Wismut, dat was hetzelfde als dat je naar Limburg ging, ook een uitwedstrijd. Dan gingen we ook met de bus.

Dat jaar werd Ajax derde, achter DOS en SC Enschede.

DOS heet nu FC Utrecht, die hadden toen een prima elftal met Luiten en van der Linden. Ajax en Feyenoord dat waren de toppers, PSV telde nog niet mee. Ajax – Feyenoord waren toen de echte topwedstrijden en dat zijn het nu nog. PSV is er dan wel bij gekomen en AZ’67 is er nu bij gekomen maar wedstrijden als Ajax – Feyenoord blijven speciale wedstrijden. Ook al eindigden wij dat jaar als derde en Feyenoord als dertiende. Het waren vaak ook rare wedstrijden, met 8–5 of 9–5. Feyenoord had toen ook altijd goeie spelers, Coen Moulijn, Henkie Schouten, noem maar op. Wij speelden altijd graag tegen Feyenoord, en we gingen ook graag met elkaar om. Feyenoord leverde ook een aantal spelers aan het Nederlands elftal, dus daar kwam je elkaar tegen. Er was toen geen haat en nijd, althans zo heb ik dat niet ervaren, zeker niet bij de spelers. Maar je wilde wel graag winnen van elkaar.

Zuid-Afrika

De Ajax-selectie die in 1957 naar Zuid Afrika op toernee ging

Ajax in Zuid Afrika

Ajax in Afrika, met onder meer Wim Anderiesen jr en Bennie Muller

Nog even over die trip naar Zuid-Afrika, daar heeft Willy Schmidt toen video-opnames van gemaakt?

Dat klopt, verder heb ik ook nog een foto van die trip met Bennie Muller, Ger van Mourik, Piet Ouderland, Loek den Edel, Willem Bleijenberg, Gerrit Keizer, en ikzelf. Op die foto zie je ons allemaal in pakken die speciaal gemaakt waren voor de reis. Van dat pak heb ik later het Ajax-embleem gehaald en het pak privé gedragen. De reis naar Zuid-Afrika was niet de eerste keer dat we vlogen. We hadden al vaker gevlogen met het Nederlands Elftal. We bleven dus een week of 3 in Afrika. Het was een goede trip, we mochten in de cockpit kijken. Het een uur of 15 vliegen. Het was aan het einde van het seizoen in juni, en het was er heel erg heet.

Eddy Pieters Graafland was ook altijd aan het filmen. Achteraf was het jammer dat je zelf geen camera had. Maar je stond er niet bij stil dat het bijvoorbeeld de eerste keer was dat Ajax een Europa Cup-wedstrijd speelde, of voor het eerste een trip maakte buiten Europa. Het was wel een hele happening, we hebben ook nog in de rimboe geslapen, in van die hutjes. En donker dat het daar was ’s nachts, je zag helemaal niks. Deze reis is ook een van de dingen uit de periode bij Ajax die me het meest zijn bijgebleven, meer zelfs nog dan het kampioenschap, hoewel dat natuurlijk altijd iets moois blijft.

 

Onze "Dream Team" GerardDennisGianJosRuudPietCeesEd